Behandelmodule eenzaamheid voor LVB-jongeren

Groepsleider Jessy Dijcks vroeg zich af hoe zij haar werk kon verbeteren. Ze besloot een opleiding te doen en ontwierp haar eigen behandelmodule tegen eenzaamheid. “De meeste mensen denken niet aan jongeren, als het om eenzaamheid gaat.”

Licht verstandelijke beperking

Jessy begeleidt onder andere een resocialisatiegroep van jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) en gedragsproblemen bij het orthopedagogisch behandelcentrum Koraal in Landgraaf. “Bij ons leren jongeren met een LVB vaardigheden zodat ze zelfredzamer worden. Daarna helemaal zelfstandig wonen lukt vaak niet, dus stromen de jongeren meestal uit naar begeleid wonen.” Eén van haar collega’s hoorde dat de jongeren, wanneer ze doorstromen naar begeleid zelfstandig wonen, vaak alleen zitten, en misschien wel eenzaam zijn. “Bij ons hebben de jongeren een vanzelfsprekend netwerk van groepsgenoten en professionals opgebouwd. Maar wat gebeurt er als ze eenmaal (begeleid) zelfstandig wonen, en weinig bezoek krijgen? Zonder adequaat netwerk redden ze het niet.”

Behandelmodule tegen eenzaamheid

Jessy volgde de master social work aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen en onderzocht de sociale netwerken van jongeren van resocialisatiegroepen van Koraal. Op basis van haar onderzoek ontwierp Jessy een behandelmodule om eenzaamheid te signaleren bij jongeren met een LVB. De module is inmiddels in twee resocialisatiegroepen als pilotproject uitgevoerd.

Kleine netwerken

Jessy: “Het blijkt dat die netwerken over het algemeen klein en weinig gevarieerd zijn. Bovendien bestaat zo’n netwerk voor het grootste deel uit verwanten, terwijl de jongeren daar nou net het minst tevreden over zijn. Ook professionals gaven aan dat ze signalen van eenzaamheid herkennen bij jongeren. Dit zou kunnen bevestigen dat de jongeren inderdaad eenzaam zijn. Maar zeker weten we dat niet op basis van de kennis uit het onderzoek: een jongere kan een klein netwerk hebben en zich niet eenzaam voelen of juist een groot netwerk hebben en zich toch eenzaam voelen.” Tijd dus om eenzaamheid beter te signaleren.

Stap 1: beleving van de sociale contacten in kaart brengen

Bij bestaande interventies wordt de beleving van degene die mogelijk eenzaam is vaak niet in de eerste fase besproken. In de meeste gevallen wordt er afgegaan op het signalerend vermogen van de sociale context, waaronder de professionals. Een gemis, vindt Jessy. Met haar module wil zij via één-op-één gesprekken de beleving van de jongeren zelf in kaart brengen zodat er geen signalen van eenzaamheid gemist of verkeerd geïnterpreteerd worden.

Moeilijk te begrijpen

Daarnaast is eenzaamheid een abstract begrip, waardoor dit voor deze doelgroep lastig te begrijpen is. De jongeren moeten eerst begrijpen wat eenzaamheid is voordat ze kunnen herkennen of ze zelf eenzaam zijn; ook weer extra moeilijk voor mensen met een verstandelijke beperking omdat zij vaak in mindere mate kunnen reflecteren. En natuurlijk geven de jongeren eenzaamheid niet graag toe, het is niet Popie Jopie om te zeggen: ik voel me alleen.

Actie stimuleren

In een tweede stap wordt de beleving met de jongeren besproken, waarna ze in stap drie worden gestimuleerd om gerichte actie te ondernemen. “Dat is maatgericht werken”, legt Jessy uit. “De verhalen zijn heel verschillend, iedereen heeft andere behoeftes. Sommigen moeten sociale vaardigheden leren, een ander worstelt met zijn nieuwe omgeving. Jongeren worden regelmatig in een andere regio geplaatst en zo uit hun sociale context gehaald. Het landelijke beleid werkt dat in de hand.”

Participatiesamenleving

Ondertussen is met de zogenoemde participatiesamenleving het hebben van een netwerk veel belangrijker geworden. “En deze jongeren staan daarbij 1-0 achter”, zegt Jessy. “Mensen met een licht verstandelijke beperking hebben een kwetsbaarder netwerk dan gemiddeld. En als je er geen goed gevoel over hebt, zoals met verwanten vaak het geval is, zul je er niet op terug willen vallen. Dan kán de rol van hulpverlening niet kleiner worden. Zonder netwerk ben je gewoon niet zelfredzaam.”

Weinig interventies voor jongeren

Jessy hoopt dat er een discussie op gang komt in het werkveld. “Er moet veel meer aandacht voor eenzaamheid komen. Bestaande interventies tegen eenzaamheid zijn heel weinig op jongeren gericht. Dat heeft waarschijnlijk met het beeld van eenzaamheid te maken; veel mensen koppelen dat aan ouderen. Dat beeld klopt gewoon niet met de werkelijkheid.”

Collega’s meer met netwerken bezig

Het is een onderwerp wat blijvend besproken moet worden, benadrukt Jessy. Bewustzijn creëren heeft tijd nodig, bij de jongeren zelf maar ook bij de professionals. Dat laatste heeft zijn vruchten al afgeworpen. “Ik merk dat collega’s nu veel meer met de netwerken bezig zijn. Door de toegevoegde module wordt nu meteen bij de intake gevraagd naar het sociale netwerk.”

Effect voor de doelgroep

Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen wat het effect voor de doelgroep zal zijn, maar Jessy hoopt dat haar methode preventief gaat werken. “Nu zitten de jongeren nog op de groep, eenzaamheid líjkt dan minder aanwezig te zijn. Toch moet je het er nu al over hebben, ook voor als de jongeren in de toekomst zelfstandiger gaan wonen en het netwerk van professionals en groepsgenoten grotendeels wegvalt.”

Kijk ook naar het introductiefilmpje:

Meer weten?

Ook aan de slag met de behandelmodule tegen eenzaamheid? Met vragen kun je contact opnemen met Jessy Dijcks via jessy.dijcks@live.nl.

Jouw ervaringen

Wat vind je van deze manier van werken? Hoe doe jij het? Deel het hieronder!